Negen op de tien Nederlandse organisaties vreest verstoring van bedrijfsactiviteiten door geopolitieke spanningen

Ambitie rond digitale soevereiniteit is hoog, maar uitvoering blijft achter

sep. 8, 2026

Geopolitieke spanningen, de afhankelijkheid van een klein aantal grote technologiebedrijven en de snelle opkomst van AI zetten digitale soevereiniteit hoog op de agenda van Nederlandse organisaties. Hoewel bijna de helft van de organisaties investeert in strategieën, heeft slechts 23% het onderwerp verankerd op bestuursniveau. Dat blijkt uit onderzoek van het Capgemini Research Institute, Digital Sovereignty: From Policy Ambition to Executive Imperative.

De urgentie is in Nederland groter dan wereldwijd: 89% van de Nederlandse organisaties vreest dat geopolitieke spanningen belangrijke bedrijfsactiviteiten kunnen verstoren. Wereldwijd is dat 76%. De grootste opgave ligt nu bij het vertalen van ambitie naar actie; 77% van de Nederlandse organisaties heeft hiervoor budget vrijgemaakt.

Veel organisaties weten onvoldoende van welke cloud, software, cybersecurity of AI hun belangrijkste processen afhankelijk zijn. Een eerste stap is daarom het identificeren van processen die niet mogen uitvallen, digitale afhankelijkheden en realistische alternatieven. Een duidelijke eigenaar op bestuursniveau kan daarbij helpen. Bijna de helft van de Nederlandse organisaties overweegt een Chief Sovereignty Officer aan te stellen, maar slechts 7% heeft deze functie al ingevuld.

Niet de herkomst, maar de afhankelijkheid is het risico

Digitale soevereiniteit draait om de kernvraag of één externe leverancier een organisatie kan belemmeren om belangrijke processen voort te zetten. Als een cruciale partner wegvalt, voorwaarden verandert of tijdelijk niet beschikbaar is, kan één partij uitgroeien tot een grote afhankelijkheid. Hier zit nog ruimte voor groei in Nederland. Slechts 16% heeft volledig zicht op de eigen digitale leveranciersketen.

“Zelf in controle blijven is belangrijker dan volledig soeverein zijn. Digitale soevereiniteit gaat in Nederland daarom eigenlijk over autonomie. Het weten waar je afhankelijk bent en welke controle je nodig hebt om belangrijke processen te laten doorgaan,” zegt Jurjen Thie, Cloud Strategist bij Capgemini Nederland. “Organisaties moeten zich afvragen: welke leverancier of technologie is écht kritiek? En hebben we ten alle tijden een alternatief dat ook echt werkt?”

AI vergroot de urgentie

De kwetsbaarheid beperkt zich niet tot cloudinfrastructuur of de fysieke locatie van data. Nederlandse organisaties (59%) zien AI vaak als een hoog risico voor het doorgaan van belangrijke bedrijfsprocessen.

Dat komt doordat AI-afhankelijkheid verder gaat dan alleen toegang tot een model. Ook data, rekenkracht, software, cybersecurity, intellectueel eigendom en de mogelijkheid om uit te wijken naar een alternatief spelen een rol. Organisaties die alle AI-toepassingen rond één model of cloudleverancier bouwen, kunnen daarmee nieuwe afhankelijkheden creëren.

Van strategie naar grip en weerbaarheid

Capgemini pleit voor een praktische en risico gestuurde aanpak. Organisaties hoeven niet alle technologie zelf te bezitten of onder Nederlandse controle te brengen. Wel moeten zij bepalen welke processen niet mogen uitvallen, welk risico zij daarbij acceptabel vinden en welke maatregelen nodig zijn om door te kunnen werken bij een verstoring.

Dat kan betekenen dat organisaties kritieke processen extra beschermen, afhankelijkheden spreiden, een werkbare exitstrategie testen of een tweede locatie organiseren. Estland doet dat vooral vanuit geopolitieke weerbaarheid en wendbaarheid; Luxemburg vanuit economische soevereiniteit, databeveiliging en hoogwaardige infrastructuur. De gemene deler: voorkom dat één locatie, leverancier of verstoring alle dienstverlening raakt.

Raadpleeg hier het volledige rapport: Capgemini Research Institute – Digital Sovereignty

Onderzoeksmethodologie

Het Capgemini Research Institute heeft 1.300 senior leidinggevenden uit het bedrijfsleven en de technologiesector ondervraagd, afkomstig uit uiteenlopende sectoren. De respondenten waren werkzaam bij organisaties met een jaarlijkse omzet van meer dan 1 miljard dollar of bij overheidsinstellingen met een jaarlijks budget van meer dan 1 miljard dollar. Het onderzoek werd uitgevoerd in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, continentaal Europa (Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië, Nederland en Zweden) en de regio Azië-Pacific (Australië, China, India en Japan).

Daarnaast heeft het onderzoeksteam diepte-interviews gehouden met 13 topbestuurders van toonaangevende internationale organisaties.