Van ‘small town girl’ in Zuid-Afrika tot senior test consultant in een internationale werkomgeving in Nederland. Reyleisha (32) laat zien dat je kunt blijven groeien in je vak, óók met twaalf jaar ervaring. Haar verhuizing naar Nederland was een sprong in het diepe, maar spijt heeft ze niet. “Hier krijg ik volop kansen om me te ontwikkelen.”

Toen het aanbod van de recruiter in Reyleisha’s mailbox verscheen, moest ze even slikken. Of ze het zag zitten om als senior test consultant voor Capgemini te komen werken? Er was één voorwaarde: ze moest ervoor naar Nederland verhuizen. Een flinke stap voor iemand die nooit buiten Zuid-Afrika was geweest en geen Nederlands sprak. “Ik twijfelde, maar zag ook de voordelen. Het was een unieke kans om me verder te ontwikkelen in mijn vakgebied bij een grote internationale organisatie. Bovendien bracht het me dichter bij mijn vriend die in Zweden woont. Toen ik hoorde dat Capgemini me zou begeleiden bij de verhuizing, hakte ik de knoop door. Op naar Nederland!”

Eerst breken, dan verbeteren

In Zuid-Afrika had ze al behoorlijk aan haar carrière gewerkt. “Ik heb een achtergrond in information technology management en werk ruim twaalf jaar in softwaretesting, onder andere in de verzekeringswereld en de game-industrie”, vertelt ze. Sinds begin dit jaar zet ze die ervaring in Nederland in bij haar eerste opdracht. Daar is ze als lead softwaretester betrokken bij de fusie tussen een Nederlandse en een internationale producent van vleesvervangers. “Ik onderzoek welke bedrijfsprocessen door de fusie veranderen en wat dat betekent voor verschillende softwaresystemen.”

Als softwaretester zit ze op de stoel van de gebruiker. “Wat is het verwachte gedrag? Waar kun je fouten maken of het systeem op een verkeerde manier gebruiken? Zo ontdek je al vroeg veiligheidsrisico’s en zwakke plekken.” Eigenlijk halen testers plezier uit dingen kapotmaken, zegt ze lachend. “Maar wel met een goede reden. Als ik een systeem kraak, kunnen we het samen verbeteren. Een bug is niet de fout van een developer, maar een probleem dat we samen oplossen.”

In deze opdracht test ze niet zelf, maar begeleidt ze business users om dat te doen. “Zij kennen de systemen door en door. Zo moet het nieuwe voorraadbeheersysteem goed samenwerken met het bestaande ERP-systeem, dat orders, voorraadgegevens en inkoopprocessen verwerkt. Ik bepaal de testscenario’s: als een medewerker een bestelling invoert, moet die informatie goed terechtkomen in het nieuwe voorraadbeheersysteem. Ik beschrijf de acties van de gebruiker, geef aan welke data nodig is en welke risico’s er zijn. Zo kunnen medewerkers testen of het proces werkt.”

Mensenwerk

Met twaalf jaar ervaring dacht Reyleisha dat deze opdracht weinig verrassingen kende. Maar de uitdaging zit niet in de systemen, maar in de mensen. “In andere sectoren waar ik werkte, was software testen een vanzelfsprekend onderdeel van het werk. In de wereld van fast-moving consumer goods ligt de focus op productie draaien. Testen staat bij niemand bovenaan het lijstje. Het is voor veel mensen nieuw en moet tussendoor, of liever helemaal niet.”

Daar past ze voortdurend haar aanpak op aan. “Business users zien zichzelf niet als testers. Ik probeer te begrijpen waar de weerstand zit. Is het werkdruk, angst om fouten te maken of gebrek aan ervaring? Verder begeleid ik bij elke stap: waarom is testen belangrijk, met welke data moet het en wat is de verwachte uitkomst?” In korte tijd is ze hier enorm in gegroeid. “Ik leer met frustratie om te gaan, mensen mee te nemen en van een afstandje te kijken hoe ik dingen aanpak. Als de ene oplossing niet werkt, probeer ik een andere. Zo blijf ik mezelf ontwikkelen.” 

No pressure

Hoewel ze duizenden kilometers van huis is, voelde ze zich hier snel thuis. “Mensen waarschuwden me dat Nederlanders soms direct en bot zijn, maar ik ervaar dat niet zo. Zuid-Afrikanen zijn ook direct, maar vooral in wat ze zeggen. Bij Nederlanders zit die directheid in hun acties: ze doen wat ze beloven. Dat waardeer ik. Zo weet ik waar ik aan toe ben.”

De werkcultuur is een stuk vriendelijker dan ze gewend was. “In Zuid-Afrika lopen werk en privé vaak door elkaar. Mensen nemen buiten werktijd contact op, hebben hoge verwachtingen en ik voelde druk om altijd beschikbaar te zijn. Bij Capgemini respecteren mensen mijn tijd. Toen ik begon, vroegen mijn manager en collega’s regelmatig hoe het ging. Of ik al gewend was, hoe ik de taal en de cultuur ervaarde. Niemand legde druk op me. Wat dat betreft klopt het beeld dat ik van Capgemini had: het gaat niet alleen om geld verdienen, maar ook om hoe je op de juiste manier het verschil maakt.”

Praat Nederlands met me

Alsof een nieuwe baan en een nieuw land nog niet genoeg waren, kwam daar ook het leren van een nieuwe taal bij. Omdat Reyleisha Afrikaans spreekt, begrijpt ze Nederlands redelijk goed. Maar zélf spreken is een stuk spannender. “Ik ben bang dat ik iets verkeerd zeg en schakel snel terug naar het Engels.” Dat moest anders, vond ze. “Ik vraag collega’s om Nederlands tegen me te praten, ook als ik in het Engels antwoord geef.”

Daarnaast zette ze een oefengroep op voor collega’s die beter willen worden in Nederlands praten. “Meer internationale collega’s waren onzeker over hun Nederlands. Mijn manager reageerde enthousiast op mijn idee en ondersteunde het initiatief. Nu komen we wekelijks een half uur samen, online of op kantoor. Dan vertellen we in het Nederlands over ons weekend of bespreken we een grammaticaregel. Het hoeft niet perfect te zijn. Het gaat erom dat we durven praten.”

Elke uitdaging aangaan

Kansen om te groeien in haar werk pakt Reyleisha graag. “Ik volg cursussen om mijn vakkennis te verdiepen, onder andere in Python en automation frameworks. Na deze opdracht wil ik meer sectoren ontdekken, zoals de verzekeringswereld, luchtvaart en defensie.” Maar ze staat ook regelmatig stil bij wat ze heeft bereikt. “In een paar maanden heb ik mijn weg gevonden in een internationale omgeving, ben ik elke uitdaging op mijn pad aangegaan en heb ik laten zien dat ik goed ben in mijn vak. Daar ben ik trots op.”