Onze huidige samenleving neemt een digitale vaart. Van bedrijven nemen we relatief eenvoudig aan dat zij veel data verzamelen. Data over henzelf en over anderen, zoals klanten en partners.
Ook als particulieren verzamelen we, vaak onbewust, ontzettend veel data. We hebben allemaal minstens één mobiel, vaak een tablet, laptop, navigatiesysteem en soms ook nog een smartwatch en desktop computer. Daarnaast beseffen we ons in mindere mate welke digitale gegevens we nog meer verzamelen vanuit devices als koelkasten, elektrische garagedeuren, thermostaten, smart tv’s en ga zo maar door. 
Door de ontwikkelingen in de markt en de trend die daarin waarneembaar is, kunnen we met vrij veel zekerheid zeggen dat de (digitale) data die zich leent voor opsporing fors blijft groeien.

De groei in beschikbare data en gegevensdragers heeft daarmee consequenties voor de opsporing. Of het nu gaat om klassieke misdaad, misdaad met een digitale component of cyber criminaliteit; alle gegevensdragers die wij in het dagelijks leven gebruiken bevatten potentieel doorslaggevend bewijsmateriaal. Aan de opsporing de schone taak om de speld in die hooiberg te vinden.
Deze uitdaging herbergt zowel enkele kansen als risico’s. De enorme hoeveelheid data die betrokken kan worden in een opsporingsonderzoek biedt de mogelijkheid om zicht te krijgen op concrete en geïsoleerde bezigheden, maar ook gewoonten en patronen van slachtoffers en daders. Kennis van bijvoorbeeld informatie met betrekking tot communicatie en gebruikte routes kan bijdragen aan het oplossen van een misdrijf.

Om de kansen die de groei aan data met zich meebrengt veilig te kunnen benutten is het van belang om stil te staan bij aanverwante risico’s. Veel van de data bestaat uit directe persoonsgegevens, of uit patronen die steeds vaker herleid kunnen worden tot een individu. Blijft de privacy gewaarborgd als men met deze data aan de slag gaat en zijn er voldoende maatregelen getroffen om het gebruik van data te beperken tot de juiste doelbinding? Doordat het persoonsgegevens betreft en men deze gegevens gebruikt in de berechting van verdachten, is het van belang om de betrouwbaarheid van de data voorop te stellen. Welke garanties bieden de bronnen van de data? Is bij de opsporing vastgelegd hoe tot een conclusie is gekomen? Welk zoekpad heeft men gebruikt? Wordt de data veilig opgeslagen?
Samenvattend biedt de digitale vaart een scala aan mogelijkheden die minstens onderkend en ondervangen dienen te worden.